Kattengedrag centrum
Kattengedrag

Medische voorwaarden

Leest u deze voorwaarden aandachtig door, aangezien ze van grote invloed kunnen zijn op de gezondheid van uw en op die van andere katten.

Aangezien we van huis naar huis gaan is het belangrijk dat uw katten de volgende aandoeningen (zoals zoönosen) niet hebben :

vlooien:


kam uw katten met een vlooienkam, er mogen geen vlooienpoepjes of levende vlooien op de kam zitten. U kunt uw kat evt. een week voor het huisbezoek nog extra ontvlooien met een goed middel van de dierenarts.
schimmelinfecties:uit te sluiten door bij verdenking uw dierenarts de kat te testen op schimmel (microsporum canis) en dit na een maand te laten herhalen, niet op zicht alleen uit te sluiten. Meest betrouwbare test: schimmel voor kweek opsturen naar lab.
Het is pas duidelijk dat uw kat geen schimmel meer heeft als er twee schimmelkweken op alle katten zijn genomen met een maand er tussen: dan pas is aannemelijk dat uw huishouden vrij is van de schimmel.
overdraagbare virusinfectieszie onder
niesziektezie onder
leukosezie onder
aidszie onder
bordetella 
mijt:cheyletiella (vachtmijt), otodectes (oormijt) of notoedres (schurftmijt) of demodex (jeugdschurfmijt)
FIPrisico van problemen voor uw kat, omdat de weerstand toch wat zwakker is.




Risico's verspreiding infectueuze ziektes bij huisbezoek aan katten

1. Voorzorgmaatregelen

Alle dieren waarbij bezoek gedaan wordt dienen correct te zijn ingeënt (jaarlijks), ontwormd (4x per jaar, ook binnenkatten) (Drontal, Milbemax), en beschermd tegen vlooien (1x per maand) (Frontline Combo, Stronghold of Advantage). In geval van gezondheidproblemen dient dit vooraf aan de bezoeker (kattenoppas of kattengedragsdeskundige) gemeld te worden. Dieren met gezondheidsproblemen dienen als laatste van de dag bezocht te worden door de oppas/therapeut.


Dus: katten moeten om in aanmerking te komen voor een behandeling jaarlijks gevaccineerd zijn en 4x per jaar ontwormt worden en beschermd tegen vlooien.

2. Virussen

Belangrijke pathogenen: FIV, FeLV, FIP, Rabies, Feline parvovirus, Feline calicivirus, Rhinotracheiitisvirus.

Verspreidingroutes: Aerogeen (via de lucht) of via direct (speeksel/ bloed)contact

Risico's en voorkomen transfectie/ infectie:
FIV: Alleen via direct speeksel- en/of bloedcontact met besmette (zwerf)katten.
Niet tegen te enten, geen risico transfectie
FeLV: Alleen via direct speeksel- en/of bloedcontact met besmette (zwerf)katten.
Niet tegen te enten, geen risico transfectie
FIP: Virus komt endemisch voor (80 % populatie besmetting) maar moet in het dier muteren om ziekte te veroorzaken. Niet tegen te enten, geen risico tranfectie
Rabies: Komt niet endemisch voor in Nederland, enten mogelijk en verplicht voor grenspassage.
Feline parvovirus, Feline calicivirus, Rhinotracheiitisvirus: Enten

3. Bacteriën

Belangrijke pathogenen: Chlamydia, Bordetella, Streptokokken, Stafylokokken, E. coli

Verspreidingroutes: Aerogeen (via de lucht) of via direct of indirect contact

Voorkomen transfectie/ infectie:
Chlamydia: Enten
Bordetella: Enten
Streptokokken, Stafylokokken, E. coli: Omgevingskiemen, zitten overal, dieren met een normale weerstand en zonder wonden zullen hier geen problemen van ondervinden

4. Schimmels

Belangrijke pathogenen: Microsporuim, Trichophyton

Verspreidingroutes: Aerogeen of via direct of indirect contact

Voorkomen transfectie/ infectie:

Microsporuim, Trichophyton : Omgevingskiemen, zitten overal, dieren met een normale weerstand zonder wonden zullen hier geen problemen van ondervinden. Langharige dieren zijn gevoeliger => deze als laatste bezoeken

5. Parasieten

Belangrijke pathogenen: Wormen, vlooien en mijten

Verspreidingroutes: Via direct of indirect contact

Voorkomen transfectie/ infectie:
Wormen: Infectie/ transfectie niet te voorkomen. 4x per jaar ontwormen (Drontal, Milbemax)
Vlooien: Infectie/ transfectie niet te voorkomen. 1x per maand behandelen (Frontline Combo, Stronghold of Advantage) Mijten: Dieren met een normale weerstand zullen hier geen problemen van ondervinden, Preventief eventueel Stronghold geven 1x per maand.

6. YOPI's: Young Old Pregnant and Immune-deficient (FIV, FeLV): Jonge dieren, oude dieren en zwangere katten

Belangrijke pathogenen: Allen bovengenoemde

Verspreidingroutes: Allen bovengenoemde

Voorkomen transfectie/ infectie:Alle bovengenoemde preventieve maatregelen nemen. Behalve dat deze dieren gevoelig zijn voor infecties zijn zij ook een reservoir van pathogenen en dienen deze dieren dus niet in de normale route bezocht te worden. Na vaststelling van een immuun deficiënte aandoening dient overleg met een dierenarts plaats te vinden om deze dieren maximaal te beschermen. Preventief kan Stronghold en bijvoorbeeld antibiotica gegeven worden.


Piet Hellemans, dierenarts, 2008©