Prof. Dennis Turner
Dr. Dennis Turner |
Kattengedrag en ecologie
![]() |
Prof. Dr. Dennis Turner
Prof. Dr. Dennis Turner is een van de beste kattengedragsdeskundigen ter wereld. Kenmerkend voor zijn benaderingswijze is dat het natuurlijke gedrag en de natuurlijke behoeftes van de kat vooropstaan. Op zondag 28 oktober 2007 verzorgde hij op het HAP-congres van Tinley de lezing Kattengedrag en ecologie. Wat hij vertelde, moet elke kattenliefhebber weten!
Tekst: Elles Nijssen, trainee Kattegedragsadviesbureau, Marcellina Stolting, gedragstherapeut Kattengedragsadviesbureau en Linda Beumer
Kittens
Twee weken voor de bevalling kiest de moeder een geschikte nestplaats uit. Deze moet donker, veilig, droog en tochtvrij zijn. De eerste zes maanden van het leven van een kat draaien om de moeder-kittenrelatie.
Feiten over kittens:
- De eerste twee weken likt de moeder de buikjes van de kittens om het plassen en poepen op gang te brengen.
- Op de vierde dag van hun leven hebben kittens al een voorkeur voor een bepaalde tepel.
- Als hele jongen kittens het nest verlaten, ‘likt’ moeder hen terug. Later zal ze hen oppakken bij hun nekvel. Totdat de kittens drie weken zijn, zal de moeder ze altijd terugbrengen naar het nest.
- Na de derde week zijn de kittens in staat om zich te oriënteren op basis van geluid en visuele informatie.
- In de eerste drie weken wordt het sociale contact geïnitieerd door de moeder.
- Met 20 tot 30 dagen komt het initiatief tot contact van beide kanten. De kittens ontwikkelen nu sociaal spel.
- Na 30 à 31 dagen wordt het contact tussen moeder en kittens iets minder intensief (maar ze hebben nog steeds een zeer nauwe band en de kittens hebben hun moeder en elkaar hard nodig). (Informatie die tussen haakjes staat, hebben de auteurs er zelf aan toegevoegd).
- Op de leeftijd van 5 tot 8 weken krijgen de kittens niet meer continu melk als ze dat willen. Het speenproces begint vanaf 5 weken. Dat is het moment dat de moederpoes prooi begint mee te nemen naar het nest. Ze geeft de kittens zeer geleidelijk aan minder gelegenheid bij haar te drinken. (Dit speenproces duurt tot ongeveer 16 weken. Kittens spenen door ze bij de moeder weg te halen, wat bij veruit de meeste katten gebeurt, is zeer katonvriendelijk.)
Kittens hebben twee soorten spel: sociaal spel, dit ontwikkelt zich eerst. Daarna komt er ook spelen met objecten. Deze spelvormen verlopen ieder volgens een eigen ontwikkeling. Na 50 dagen wordt het sociale spel minder, het spelen met objecten neemt toe.
Als katers prooien naar huis meenemen, doen ze dat meestal voor hun mensen. Moeders doen dat voor hun kinderen. Als moeders kittens hebben, nemen ze vaker prooien mee naar huis. Ze doen dat om de kinderen te leren jagen. Kittens kunnen overigens ook los van de moeder leren jagen. Veel volwassen katten jagen wel, maar hebben dat niet van moeder geleerd.
De voedselvoorkeur van volwassen katten is afhankelijk van wat ze als kitten hebben gehad. Geef kittens daarom veel soorten eten. De voedselvoorkeur kan ook (negatief) worden beïnvloed door negatieve ervaringen met bepaalde soorten eten.
Katten zijn sociale dieren!
Kittens die de eerste tien weken van hun leven in hun eentje opgroeien (wat van nature niet gebeurt, maar door toedoen van mensen helaas heel vaak) en/of slechte ervaringen met andere katten hebben, worden loners. Kittens die samen met anderen opgroeien worden katten van het sociale type.
Sociaal gedrag naar andere katten wordt beïnvloed door:
- lang met de nestgenootjes optrekken (meer dan 10 weken!)
- positieve ervaringen met vriendelijke volwassen katten in de ‘sensitieve fase’. (alleen opgroeien is dus slecht, omdat een kitten dan geen sociaal gedrag aanleert).
Bij conflicten tussen katten zien we drie patronen in de lichaamstaal:
- Offensief : de kat maakt langzame bewegingen, met stijve poten, normale pupilgrootte, staart stil en naar beneden. Als de kat aanvalt zal hij bijten.
- Defensief ; de kat houdt zijn lichaam laag naar de grond, met ingetrokken nek, oren naar achteren, grote pupillen. Als de kat wordt aangevallen zal hij op zijn rug gaan liggen.
- Een mengvorm van offensief en defensief.
Over sociale structuren tussen katten:
- er vinden constant veel veranderingen plaats in de sociale rangorde.
- status is afhankelijk van leeftijd en gewicht, minder van sekse.
- een kat met een hoge status zal eerder direct oogcontact maken met andere katten.
- een kat met een hoge status kan zijn nagels scherpen als anderen erbij zijn: kijk eens, ik heb een hogere status!
Poesjes zijn gemiddeld met 7 tot 12 maanden geslachtsrijp, katers met 9 tot 12 maanden. Sommige rassen (zoals Siamezen) veel eerder!
De kat heeft in zijn gezicht op verschillende plekken klieren die feromonen afscheiden, o.a. op wangen en kin.
Naarmate meer katten hun geur op een plekje hebben afgezet, zal een volgende kat dat ook meer doen. Hij zal ‘eroverheen gaan’.
Katten die een goede relatie met elkaar hebben strijken vaak met het voorhoofd langs elkaar. Het is niet duidelijk waarom ze dat doen.
Als katten met hun flanken langs een mens wrijven is dat meestal om aandacht te vragen.
In de buurt van de nestplaats begraven katten hun drollen in de regel goed. Naarmate ze verder van hun slaapplaats verwijderd zijn, zijn ze minder geneigd hun drollen te begraven.
Visueel markeren: dit doen katten door hun nagels te scherpen (ze maken dan krassen die anderen kunnen zien) en vaak daarna op dezelfde plaats te sproeien (rechtopstaand een straaltje urine naar achteren spuiten. Dit is iets anders dan plassen, al gebeurt het ook met urine). Het markeren geeft NIET de grens van het territorium aan. Bij vrij levende katten is 2 à 20 keer per uur sproeien normaal. Soms wordt over sproeisels van anderen heen gesproeid.
Welke gegevens kan een kat afleiden uit de geur van sproeisels van andere katten?
- sekse
- seksuele status (open poes, volle kater of gecastreerde poes of kater?)
- of een kat deel uitmaakt van de eigen groep.
Het eigen urinemerk stelt de kat gerust. Katten die in huis sproeien, doen dat vaak uit onzekerheid. Zij brengen een boodschap aan waar ze zelf rustig van worden. (Sproeit je kat in huis? Ga dan eerst naar de dierenarts. Sproeien kan een medische oorzaak hebben).
Poezen leven vaak in een groep met hun vrouwelijke familieleden. Hoeveel katten er in een bepaald gebied leven en hoe de onderlinge relaties zijn, is allereerst afhankelijk van het voedselaanbod. De katdichtheid van het Colosseum in Rome is bijvoorbeeld gigantisch; de katten worden hier gevoerd door mensen. De allergrootste katdichtheid ter wereld is gemeten in Japan, bij een vishaven. Hier leven 2350 katten per km 2.
Uit onderzoek is gebleken dat vrouwtjeskatten uit hetzelfde huis ongeveer hetzelfde buitengebied gebruiken. Vrouwen uit andere groepen jagen ze daaruit weg. Het gebied van mannen is 3 à 3,5 maal groter dan dat van vrouwen. Zij delen hun gebied makkelijker met anderen.
Jagen
Katten zijn gespecialiseerd in jagen op knaagdieren die onder de grond leven, zoals muizen en spitsmuizen. Als een kat een prooi/knaagdier ziet, zit hij stil. Hij wacht tot het dier zo ver mogelijk van zijn hol is en bespringt de prooi. Katten wachten maar een paar minuten per muizenhol of er iemand naar buiten komt. Vooral moederkatten wachten maar kort.
Waarschijnlijk zijn er katten die gespecialiseerd zijn in het jagen op vogels. De huiskat is dat in de regel niet; de meeste vogels ontsnappen voordat de kat zijn sprong maakt. Onderzoek heeft aangetoond dat katten geen bedreiging vormen voor vogelpopulaties, hoewel vaak wordt beweerd van wel.
Katten kunnen zich zeer goed aanpassen, maar er zijn grenzen.
Adviezen voor een leuk binnenleven:
- Als een kat met andere katten is opgegroeid (hij is dan van het sociale type), neem dan minstens twee katten!
- Iedere kat heeft aandacht nodig.
- Alle katten MOETEN jagen. Met katten die binnen leven MOET je dagelijks spelen ter vervanging van de jacht.
- Geef je kat iets te doen (voedselverrijking, spelen).
- Verveling leidt altijd tot gedragsproblemen.
- Hoeveel katten er maximaal in huis gehouden kunnen worden is afhankelijk van een aantal factoren. Zijn het bijvoorbeeld loners, of zijn ze van het sociale type, hoeveel aandacht geef je ze, is het huis katvriendelijk ingericht - veel klimmogelijkheden, hoge slaapplaatsen, etc.?. Een leidraad voor het aantal binnen levende katten per huis is niet meer katten nemen dan het aantal kamers. Deze kamers moeten ALTIJD allemaal toegankelijk zijn voor alle katten. Er moeten mogelijkheden zijn om groepen te vormen - want bij meerdere katten heb je vaak meerdere subgroepen, zonder dat de eigenaar het zelf door heeft. De kat moet zelf kunnen kiezen in welke subgroep hij wil zijn.
- Het beste is om nog 1 extra kamer te hebben, een quarantainekamer. Daar kan een kat tijdens ziekte of na bezoek aan de dierenarts in verblijven.
- Het absolute maximum is 20 à 25 katten per groep, zoals in asielhuisvesting. Bij meer dan dit aantal zal altijd één kat zich ontwikkelen tot ‘despoot’.
- Zorg steeds voor nieuwe stimuli (speeltjes, luchtjes, dozen, etc), anders gaat de kat zich vervelen!
- Zorg voor één kattenbak per kat. Deze moet dagelijks worden uitgeschept en wekelijks uitgeboend. Gebruik niet-geparfumeerde korrels. Verander niet zomaar van merk, dat is vreselijk voor katten (hun reukvermogen is vele malen beter dan dat van mensen, geur is heel belangrijk voor katten). Neem een open kattenbak, zonder kap. Heb je één kat? Dan moet je twee bakken hebben. Veel katten poepen en plassen namelijk niet graag op dezelfde bak.
- De katten moeten een rustplekje hebben met uitzicht uit het raam.
- De katten moeten naar buiten kunnen kijken.
- De katten moeten hun nagels kunnen scherpen
- Er moet altijd kattegras zijn (de meeste kamerplanten zijn giftig!)
- Zet het waterbakje niet naast de katten- of voedselbak. Als je het op een andere plek zet, drinken katten 30% meer! (nog beter: meerdere waterbakjes neerzetten)
Een kat hecht niet alleen aan zijn territorium, maar ook aan zijn eigenaar. Na een verhuizing kan een kat bepalen dat hij liever zijn oude territorium terug wil dan bij zijn eigenaar te blijven. Houd de kat na een verhuizing twee tot drie weken binnen, zodat hij kan wennen aan zijn nieuwe huis.
Probeer nooit een ‘buitenkat’ te veranderen in een ‘binnenkat’. Het is onethisch om een ‘buitenkat’ binnen te houden. ‘Binnenkatten’ kunnen meestal vrij makkelijk wennen aan een kleinere ruimte, bijvoorbeeld als iemand in een verzorgingshuis gaat wonen (let daarbij wel op bovenbeschreven adviezen).
Een kat moet zich ALTIJD terug kunnen trekken. Hij kiest zelf een plekje om te slapen.
Voeding
Vaak krijgen katten twee keer per dag eten. Dit is te weinig. Geef ze liever drie à vier keer per dag eten, op vaste tijden.
Het zijn mensen die van katten kieskeurige eters maken. Geef kittens zo veel mogelijk verschillende soorten eten om kieskeurigheid te voorkomen. Geef nooit suiker. Een kat houdt niet van zoetigheid vanwege de suiker, maar omdat bepaalde aminozuren ook zoet smaken.
Vaccineren
De voorouders van de kat zijn niet sociaal. De kat van nu is wel een sociaal wezen. Het immuunsysteem heeft zich echter niet aangepast aan sociale ontmoetingen. Bovendien leven katten meestal in grote dichtheden. Dus ziektes worden heel makkelijk overgebracht. Laat daarom je kat goed vaccineren.
Castreren MOET!
Er is een groot kattenoverschot, dat door de mens veroorzaakt wordt. Dit gaat gepaard met welzijnsproblemen. Het krijgen van nestjes is dan ook sterk af te raden. Gedragsmatig is er geen enkele reden om een poes een nestje te laten krijgen. Het heeft namelijk geen enkele (positieve of negatieve) consequentie voor het gedrag van de kat naar mensen of naar andere katten. Castreren MOET.
Bovendien, gecastreerde katten:
- leven langer
- hebben een kleiner territorium nodig, gaan dus ook minder ver van huis
- vertonen minder agressie.
Castreren voordat de kat geslachtsrijp is, is op geen enkele manier -fysiek of gedragsmatig - nadelig voor de kat (gedragsmatig is het zelfs aan te bevelen!).

