Felcan kattendag
FELCAN 2005 |
Felcan 2005.
Verslag geschreven door Marcellina Stolting: Felikat lid, Brits Korthaar fokster en kattengedragstherapeut.
In een overvolle collegezaal van de Rijksuniversiteit Utrecht, faculteit Diergeneeskunde, werden op 12 maart j.l. diverse interessante lezingen gehouden voor een gemêleerd publiek bestaande uit fokkers, dierenartsen en andere geïnteresseerden. De volgende onderwerpen kwamen aan bod: nieuwe ontwikkelingen over infectieziekten bij de kat, kattenkrabziekte, anemie, HCM, lagere urinewegaandoeningen en FLUTD. Aangezien dit medisch-wetenschappelijke voordrachten waren, is de gebruikte taal niet altijd eenvoudig te begrijpen.
Nieuwe ontwikkelingen over infectieziekten bij de kat. Dr. Herman Egberink, Specialist Veterinaire Microbiologie.
Deze boeiende voordracht ging m.n. over FIP en het calicivirus. Naar FIP wordt nog steeds veel onderzoek gedaan. FIP komt vooral voor bij jonge katten van ½-2 jaar. 80-90% van de catteries is seropositief op het coronavirus. In huishoudens met slechts 1 kat is dit maar 25%. Diagnostiek bij FIP geschiedt met PCR, m-RNA PCR en de Rivalta test. De klinische symptomen bij FIP zijn (lastig te bevestigen):
- Anorexie
- Koorts
- Depressie
- Vermagering
- Neurologische verschijnselen
- Ooglesies
- Icterus
De FIP paradox is dat er 100% mortaliteit is na experimentele infectie, maar slechts 1-5% van de katten met het coronavirus ontwikkelt FIP. FIP veroorzakende virussen zijn zeer virulente mutanten van algemeen voorkomende Feline Coronavirussen. Men is bezig het genoom te analyseren. De vraag nu is: wat maakt het virus soms virulent? Verwacht wordt dat dit binnen 2 jaar duidelijk zal zijn. Stress speelt een rol bij FIP.
Bij FIP wordt een waarschijnlijkheidsdiagnose gesteld, gebaseerd op bloedonderzoek (zeker bij droge FIP), en gebrek aan lymfocyten.
Biochemisch daalt de albumine/globulineratio (81%). Dat de diagnose vermoedelijk FIP kan zijn, wordt bepaald door bloedonderzoek en analyse, zeker door een biopt of post mortem. De Rivalta test is geen bewijs voor FIP, 20% wordt vals positief getest, 97% correct negatief. Detectie van viraal antigeen in macrofagen geeft een 100% correcte voorspelling bij positieve katten, maar 57% geeft een correcte voorspelling bij negatieve katten. Hierbij kom je echter niet te weten of het om de virulente vorm gaat. Een combinatie van de verschillende testen zegt waarschijnlijk meer. PCR (Polymerase Chain Reaction) onderscheidt FIP niet van andere coronavirussen: 12% wordt vals positief getest (op basis van bloedonderzoek). 30% Is vals positief gevonden door de R.U.U. bij gezonde katten. De m-RNA PCR toont op basis van bloedonderzoek bij 5% van de gezonde katten het coronavirus aan. Sommigen ontwikkelen wel FIP. 93% Van de katten waar post mortem FIP is aangetoond waren positief bij de m-RNA PCR.
FCoV in catteries (coronavirus):
- chronische uitscheiders: 10-20%
- intermitterende uitscheiders (80%): af en toe positief/negatief
- immune katten die stoppen met virusuitscheiding
Is FIP besmettelijk? Niet zo heel erg dus, zoals gebleken is. FIP is een virale infectie, geen genetische ziekte. De kat die het niet krijgt heeft een goed immuunsysteem. Als een kat in de groep FIP heeft, vermeerdert de ontstekingsreactie bij de andere katten. Interferon wordt gebruikt bij parvo, als de dieren nog niet al te ziek zijn. Indien interferon gebruikt wordt bij besmetting met FeLV en FIV leven de dieren langer. Het stimuleert de Natural Killer cellen en heeft een antitumor effect.
Infecties met FCV (het Feline Calicivirus):
- Niesziekte
- Orale ulcera (rode vlekjes op de tong), koorts
- Kreupelheid (soms ook na vaccinatie)
- Chronische ontsteking keel/tandvlees
- Hoge mortaliteit (acute infectie)
Er bestaat een virulente FCV, deze is echter nog niet in Nederland gesignaleerd. Deze geeft de volgende symptomen:
- koorts
- rhinitis
- necrose/ulcera aan huid/kop
- oedeem aan kop, oren en poten (voetbed)
- pneumonie
- hepatitis, pancreatitis
Karakteristieken:
- Hoge mortaliteit
- Bij volwassen katten ernstiger
- Zeer virulent en contagieus (bijv. via dierenarts)
- Beperkte uitbraken??
- Vaccinatie biedt weinig/geen bescherming
Kattenkrabziekte. Door mw. Dr. I. Herremans, RIVM.
De kattenkrabziekte wordt veroorzaakt door een bacterie in het bloed van katten: de Bartonella henselae. Deze is pas in 1993 aangetoond, hij “verstopt” zich nl. in het bloed. De verschijnselen van deze ziekte zijn:
- ontsteking van het oogslijmvlies (bijv. als de kat aan het oog heeft gelikt)
- koorts
- flinke lymfeklierzwellingen in de hals
Besmetting vindt plaats door een krab, beet of lik van een kat, of een beet van een vlo. De kattenkrabziekte komt maar zelden voor bij katten. Alle katten kunnen dragers zijn, maar de bacterie wordt het meest gevonden bij jonge dieren (< 24 mnd.), en vaker bij vrouwtjes. Overdracht tussen katten vindt plaats door besmette vlooien. Prevalentie van de bacterie houdt verband met de verspreiding van de vlo: 24-34% van de vlooien draagt de bacterie bij zich. Een infectie kan maanden tot jaren duren. In Nederland heeft 22% van de katten de bacterie in het bloed. Er is geen verschil tussen huis- en zwerfkatten. De kat kan behandeld worden met antibiotica. Bij 30% van de mensen die de kattenkrabziekte kregen, was er geen krab of beet geweest. Bij 10% was er zelfs geen kat in de buurt geweest! Zouden zij het hebben gekregen van een vlo of een teek? Bij de mens helpt antibiotica niet, het gaat vanzelf weer over. In Nederland schat men dat er jaarlijks 300-1000 gevallen van kattenkrabziekte voorkomen. Nog nooit is beschreven dat een persoon twee maal de kattenkrabziekte heeft gekregen. De meeste patiënten zijn jonger dan 20 jaar. In de herfst, winter en in april zijn er meer gevallen.
Klinisch beeld:
- 3-6 dagen na krab/beet rode knobbeltjes bij de wond
- 7-50 dagen: lymfeklierzwelling bij de wond
- koorts < 39 graden
- hoofdpijn
- vermoeidheid
- spierpijn
- algehele malaise
Bij mensen met een verzwakte afweer vindt men ook ontstekingshaarden in bot, CZS, hart, lever, milt of long. Het is lastig om de kattenkrabziekte te diagnosticeren, omdat lymfeklierzwelling vele oorzaken kan hebben. Bloedonderzoek laat zien dat de IgM moleculen de eerste drie maanden van de infectie aanwezig zijn. Na drie maanden zijn deze antistoffen al verdwenen en kan de diagnose dus niet meer met zekerheid gesteld worden. Na een krab of een beet van een kat moet de wond goed gereinigd en ontsmet worden. Patiënten met een verminderde afweer dienen aan een grondige vlooienbestrijding te doen.
Anemie bij de kat. Mw. Drs. C.J. Piek, Specialist Interne Geneeskunde Gezelschapsdieren.
De diagnose anemie bij de kat wordt gesteld n.a.v. de anamnese, lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek. De eigenaar vindt de kat opvallend lusteloos. De kat is vaak al erg rustig en zakt uiteindelijk door de poten t.g.v. het zuurstoftekort. Als er sprake is van een probleem bij de aanmaak van erytrocyten ontwikkelt zich dit langzaam tot een duidelijk fysiek probleem. Anemie wordt vnl. veroorzaakt door onvoldoende aanmaak, verlies of afbraak van erytrocyten. Als er een verhoogde afbraak van deze bloedcellen is, kunnen de volgende oorzaken bij de differentiaaldiagnose gevonden worden:
- beschadigingen: o.a. chemisch, metabool
- immuungemedieerd: o.a. systemisch, transfusie, chronische infectie, tumoren, medicatie
- idiopathisch
De diagnose anemie komt in eerste instantie door bepaling van de hematocrietwaarde (Ht) in het bloed. Uitdroging en recent bloedverlies kunnen de Ht maskeren. Amyloïdose (stapeling van amyloïd) kan tot nierproblemen en anemie leiden, door een systemisch immuungemedieerde oorzaak. Op de rode bloedcel komen antilichamen, de macrofaag hapt stukjes van het antilichaam mèt stukjes rode bloedcel weg. Er vindt fagocytose plaats door de macrofagen. Bij diabetes bij het geven van insuline ook controleren hoe hoog de fosfaat is. Anders t.g.v. te weinig fosfaat ook nog extra bloedarmoede. Er werden drie cases voorgelegd waarin de anemie centraal stond. Bij de derde case kwam de anemie door het geven van paracetamol. De kat viel om, had bloedarmoede, moeite met ademen en donkerrode urine. Bloedafbraak vond plaats t.g.v. het geven van paracetamol. De zeldzame Heinz Body Anemie kwam t.g.v. de intoxicatie met paracetamol.
Oorzaken van anemie:
- Acuut bloedverlies
- Chronisch bloedverlies (bijv. kittens met ernstige vlooienbesmetting)
- Hemolyse (bijv. door paracetamol intoxicatie)
- Onvoldoende aanmaak van erytrocyten (bijv. door FeLV)
Echografische screening op HCM en PKD bij de kat. Door mw. Drs. M.L. Schmidt. Specialist Veterinaire Radiologie.
HCM
HCM is post mortem lastig aan te tonen, vooralsnog kan de aandoening het beste vastgesteld worden m.b.v. echo-onderzoek. HCM komt bij alle rassen voor. Bij HCM vertoont de wand van het linker ventrikel (LV) concentrische hypertrofie. Er is verkregen (vooral bij oudere katten) en erfelijke HCM. Zowel bij de Maine Coon als bij de Brits Korthaar is aangetoond dat HCM als erfelijke aandoening voorkomt en autosomaal dominant overerft. Ook bij de Ragdoll zijn sterke aanwijzingen voor familiaire verbanden. HCM is dominant, maar van het uitgestelde type. Hoe ouder de kat getest wordt, hoe meer waarde de HCM test heeft. De minimale testleeftijd is twee jaar bij katers en drie jaar bij poezen is gebaseerd op Maine Coon onderzoek. Bij deze katten ontwikkelt het zich op relatief jonge leeftijd en in ernstige vorm. Bij katers eerder en erger dan bij poezen. Bij Ragdolls lijkt dit ook zo te zijn. Bij de Brits Korthaar katten zijn het vaker dieren van middelbare leeftijd die HCM ontwikkelen. Het verloopt trager dan bij de andere rassen. Zeker bij dit ras dient de HCM test herhaald te worden en vooral oudere dieren zouden zo veel mogelijk getest moeten worden.
De HCM test.
Dr. Kittleson uit Amerika heeft een testprotocol ontwikkelt waarop ook het protocol in Nederland is gebaseerd. Een goed echoapparaat is nodig en het is handig als er een mogelijkheid voor een Doppler onderzoek op zit. Door een snelle hartslag (door stress bijv.) is het niet altijd mogelijk goed Doppler onderzoek te doen. Vaak hebben katten met HCM een hogere hartslag dan een gemiddeld gezonde kat. Ervaring met het doen van echo’s van het hart is nodig, omdat m.n. HCM in het beginstadium lastig te zien is. De mitralisklep geeft dan geringe lekkage en er is een verdikking van de pappilairspier. Het merendeel van de HCM verdachte katten wordt uiteindelijk positief. Als een dier niet gebruikt wordt voor de fok, wordt om de twee jaar hertesten aanbevolen, m.n. als er nakomelingen zijn. Mw. Schmidt ging in op de technische details van het echobeeld. Deze vermeld ik hier niet, omdat het niet alleen om waarden gaat, maar juist om de interpretatie van de waarden: het totaalbeeld. Er kan geen advies gegeven worden tot op welke leeftijd op HCM getest zou moeten worden.
PKD
PKD (Polycystic Kidney Disease) is een erfelijke aandoening bij katten waarbij in beide nieren cysten (holtes met vloeistof) aanwezig zijn. De omvang en het aantal cysten neemt toe in de leeftijd. Klachten ontstaan meestal vanaf middelbare leeftijd, zoals: veel drinken/plassen, slecht eten, vermageren, braken. Bij de Pers komt PKD het meest voor, in Nederland heeft ca. 1/3 (!!) van de hele Perzenpopulatie deze aandoening. Ook bij de rassen waar Perzen zijn ingefokt, zoals de Brit, komt PKD voor. De PKD echo test is 95% betrouwbaar vanaf 10 maanden. Voor het onderzoek moet de kat nuchter zijn, omdat een volle maag de beeldvorming van de nieren kan bemoeilijken. Voor PKD heeft mw. Schmidt een testprotocol ontwikkelt, eveneens voor CIN (Chronische Interstitiële Nefritis).
CIN
Zij gaf aan dat deze aandoening vooral bij Ragdolls blijkt voor te komen. Er is een familiair verband tussen de getroffen dieren, zodanig dat gesproken kan worden van een erfelijke aandoening.
Totaal aantal onderzochte katten: 81
Normaal : 66
CIN positief : 10
CIN negatief : 5
CIN is bij de Ragdoll een vrij groot probleem, m.n. bij de poes die een nest heeft gehad. Dit komt door de extra belasting van de nieren, dit triggert een niercrisis. Hoe snel dit zich ontwikkelt is nog niet bekend, maar daarom is het verstandig om bij de Ragdoll de PKD (net als de HCM) test te herhalen.
Een DNA-test voor PKD bij katten. Ir. Ed. J. Gubbels, geneticus.
De PKD-gentest kan gedaan worden bij alle rassen waar ooit een Pers is ingekruist. Er dient wel goed te worden nagedacht over het wegnemen van katten uit de genenpoule. Het is goed om na te gaan of PKD binnen uw ras veroorzaakt wordt door het allel PKD1. Voor meer informatie kunt u kijken op de site: www.gencouns.nl.
Lagere urinewegaandoeningen: de relatie met de voeding. A.C. Beynen, afd. Voeding, R.U.U. fac. Diergeneeskunde.
Aandoeningen van de lagere urinewegen bestaan uit een heterogene groep van stoornissen met diverse oorzaken. Dit omvat o.a. gedragsafwijkingen, urolithiasis, infecties, neoplasiën en idiopathische aandoeningen. De relatie met voeding is vooral duidelijk bij urolithiasis en is zowel preventief als curatief opzicht van belang. Het optreden van urolithiasis, oftewel steen- of kristalvorming in de urine, wordt bepaald door de concentraties van de steen vormende componenten en de pH. Urolithiasis kan leiden tot obstructie van de urethra en kan samengaan met cystitis. Via röntgen- en infrarood onderzoek kunnen de struviet- oxalaatstenen gevonden worden. Van 1998-2000 zijn 318 stenen bij de kat geanalyseerd. In 50% van de gevallen ging het om struviet, in 43% waren het oxalaatstenen, en bij 7% ging het om andere typen. Tussen 1982 en 1996 is het aandeel van struviet van 88% naar 48% gedaald. Dit getal zegt echter niets over de aard van het probleem. Incidentie wordt geschat op 1% van alle katten. Met het toenemen van de leeftijd komt calciumoxalaat frequenter voor, mogelijk t.g.v. een stofwisselingsstoornis. Struviet komt vaker voor bij jonge dieren van onder de 5 jaar. Struviet lost op bij een pH lager dan 6,5. Het dieet zou dan arm moeten zijn in magnesium, fosfor en eiwit. Bij de calciumoxalaatstenen heeft het dieet geen invloed. Deze stenen worden gevormd uit glycine. Als er minder eiwit gevoerd wordt, wordt er minder glycine aangevoerd. In een dieet voor katten met oxalaatstenen zit vaak kaliumcitraat. Dit zou de stenen oplossen, maar de vraag is: komt dit wel via de voeding in de urine terecht?
Een anti-struviet dieet zou er zo uit moeten zien (gelet dient te worden op een evt. nutriëntentekort):
- minder eiwit
- minder magnesium (zit niet weinig in gekocht voer)
- minder fosfor (zit niet weinig in gekocht voer)
- urine pH omlaag
- volume urine omhoog
Met commercieel voer duurt het ca. 4,5 week voor alle struviet is opgelost. (Range: 14-141 dagen). Gecontroleerd onderzoek heeft aangetoond dat een goed samengesteld dieet inderdaad struviet oplossend werkt. Een anti-oxalaat dieet zou de pH van de urine op 6,5-7,5 moeten brengen en kaliumcitraat moeten bevatten. Bij een kat met CIN ziet men vaak oxalaatstenen. Op basis van een relatieve oververzadiging van de urine kan de kans op steenvorming worden berekend en zo kan een dieet worden samengesteld dat mogelijk effectief is tegen zowel struviet- als calciumoxalaat.
FLUTD – Communicatie tussen eigenaar en dierenarts. Drs. Amanda van Grondelle. Dierenarts.
Onder FLUTD verstaan we alle plasproblemen. Symptomen zijn: buiten de bak plassen, vaak plassen en niet kunnen plassen. Bij katten wordt 9 van de 10 keer geen bacterie gevonden. Stress speelt duidelijk een rol! Kijkend naar de publicaties van het veterinair tuchtcollege in het Tijdschrift voor Diergeneeskunde, valt op dat de directe aanleiding voor een huisdiereigenaar om een klacht neer te leggen bij het Tuchtcollege wordt gevormd door het gebrek aan of onjuiste communicatie tussen dierenarts en eigenaar. De kat van zijn urinewegklachten af helpen bereiken we mogelijkerwijs maar op één manier: door de eigenaar uitleg te geven en samen een stappenplan op te stellen.
Voorwaarden voor een goede communicatie tussen eigenaar en dierenarts:
- spreek begrijpelijke taal
- verplaats je in het kennisniveau van de eigenaar
- neem voldoende tijd voor een consult
- creëer gunstige omstandigheden voor een gesprek
- structureer het gesprek
Wat houdt communicatie bij FLUTD in?
- Anamnese
- Uitleg over FLUTD: oorzaken, feiten en vraagtekens
- Uitleg over idiopathische cystitis
- Uitleg over diagnostisch plan
- Opstellen behandelplan
- Geven van duidelijke instructies
- Nazorg
Het is handig om de belangrijkste punten die besproken zijn tijdens het consult op papier te zetten en dit mee te geven aan de eigenaar. Onderzoek naar FLUTD omvat bijv. een echo van de blaas, urine onderzoek en bacteriologisch onderzoek. Er is geen duidelijkheid over hoe FLUTD behandeld zou moeten worden. Antibiotica is onzin, homeopathie is mogelijk voor idiopathische cystitis. Er is veel onbekend over humane antidepressiva: het werkt ook niet altijd en het heeft voor- en nadelen. Het is zinvol dit ook te communiceren.
Naar mijn mening (en zoals gehoord in de wandelgangen ook die van anderen) waren de voordrachten zo interessant, dat er per onderdeel wel een dag gevuld had kunnen worden. Dit bleek ook uit het animo uit de zaal en al gauw was er sprake van een tijdsprobleempje. Elk onderwerp was erg interessant en wellicht een idee om voor dezelfde groep belangstellenden nog eens dieper op het onderwerp in te gaan.
Marcellina Stolting
Brits Korthaar Cattery van Oeba, http://home.zonnet.nl/britskorthaar
Het Kattengedragsadviesbureau, http://www.kattengedragstherapie.nl
Felcan, http://www.felcan.nl
