Het behandelen van gedragsproblemen bij honden en katten en het adviseren van cliënten
Gedragsproblemen bij honden en katten.
Het behandelen van gedragsproblemen bij honden en katten en het adviseren van clienten. Door Dennis C. Turner. Applied Animal Behaviour Science 52 (1997) 199-204, bewerkt en vertaald door M. Stolting. Waar heen te gaan bij gedragsproblemen? Er zijn verschillen tussen boeken en artikelen over gedragsproblemen bij huisdieren. Maar er zijn ook verschillen in de kwaliteit en training van adviseurs en huisdier gedragstherapeuten. Hoe komt een leek er achter waar hij/zij naar toe moet gaan voor advies? In eerste instantie dient de dierenarts geconsulteerd te worden bij een gedragsprobleem, om een fysieke oorzaak uit te sluiten. Getrainde ethologen zijn dè deskundigen op het gebied van dierengedrag. Turner pleit voor professionele beroepsorganisaties, zodat voor de leek er een aanspreekpunt is om contact mee te zoeken bij gedragsproblemen. Een aangesloten therapeut of adviseur is serieus met haar/zijn vak bezig. Er is echter een punt dat niet uit het oog moet worden verloren: het probleemgedrag zou wel eens gewoon normaal gedrag van het dier kunnen zijn. Maar gedrag dat voor de eigenaar onacceptabel is, of onwenselijk, of het is normaal gedrag dat op een onnatuurlijke plek plaats vindt. Bijv. het markeren met urine door katten. Er bestaan echter ook echte gedragsproblemen, waarvan er veel kunnen worden gecorrigeerd door getrainde adviseurs en dierengedragstherapeuten. Oorzaken van gedragsproblemen. Behalve ziektes als bijv. epilepsie, vitaminetekorten en pijn, zijn er ook niet lichamelijke oorzaken van gedragsproblemen te noemen. 1. het veronachtzamen, of gebrek aan kennis, van de biologische en socio-psychologische behoeften van dieren 2. valse verwachtingen van de eigenaars die op het dier geprojecteerd worden, op soort of individueel nivo 3. verkeerde gedragsinteractie met het dier. Dat dieren leren is van belang in het behouden van ongewenst gedrag, samen met het feit dat gezelschapsdieren ook onze reacties op hun gedrag conditioneren. O'Farrel scheidt interpretatie van het probleemgedrag van de mogelijke oorzaken. Hoewel het waarschijnlijk is dat deze twee categorien in de praktijk vermengd zullen zijn. Onder interpretatie vallen vragen als: Welke aspecten van het gedrag zijn instinctief, welke zijn aangeleerd en speelt angst of opwinding een rol? Om de mogelijke oorzaken te determineren stelt O'Farrel vragen als: Spelen hormonen een rol? Zijn er genetische, morfologische of vroege omgevings invloeden bij betrokken? Welke stimuli triggeren het gedrag? Verergert het probleem door de houding van de eigenaar? Behandeling van gedragsproblemen: algemene principes. Om de oorzaak van het probleemgedrag te achterhalen en de factoren die het in stand houden, is meer nodig dan een consult van vijf minuten bij de dierenarts. In veel gevallen zal het nodig zijn om on-site te observeren en inspecteren. Het is nodig uit te leggen hoe het dier behandeld/bejegend dient te worden, als ook de techniek van de therapie. Vaak zie je dat bij katten bijv. sprake is van slechte huisvestingsomstandigheden. De huisvesting dient rekening te houden met de biologische en socio-psychologische behoeften van de kat. Een gestructureerd vraaggesprek van 15 minuten met een ervaren therapeut is meestal voldoende om de oorzaak van het probleem te achterhalen. Een follow-up is noodzakelijk, net als het meten van het succes van de therapie, om de techniek van de therapie te verbeteren. Sommige medicamenten die dierenartsen verstrekken ter vermindering van gedragsproblemen, werken alleen zolang als ze ingenomen worden. Sommige dierenartsen willen of kunnen geen tijd vrijmaken om te zoeken naar niet-lichamelijke oorzaken van gedragsproblemen, of de stimuli die het gedrag in stand houden. Hieruit blijkt dat het voor dierenartsen en gedragstherapeuten zeker de moeite loont om samen te gaan werken. De gedragstherapeut heeft een aantal mogelijkheden om gedragsproblemen bij huisdieren te behandelen: de omgeving aanpassen aan de biologische en psycho-sociale behoeften van het dier, het elimineren van stimuli die het gedrag triggeren, conditioneren en contra-conditioneren van het gedrag, systematische desensitatie, en last but not least het veranderen van het gedrag en/of de houding van de eigenaar naar het dier. Differentiele diagnose van gedragsproblemen. Het kost tijd om gedragsproblemen te duiden. Turner geeft twee voorbeelden: markeergedrag met urine versus ongewenste urinelozing bij katten. En vernielzucht in relatie tot verlatingsangst versus verveling bij honden.Om deze problemen op te lossen is het van het grootste belang om eerst duidelijk te hebben over welk probleemgedrag we het hebben. Of het in deze voorbeelden dus gaat om sproeien, of plassen. Het markeren met urine: er wordt gesproeid op een verticaal vlak, of geurineerd op nieuwe of verplaatste dingen. De eerste tijd nadat dit gedrag is begonnen vindt het slechts op een aantal voorspelbare plekken plaats. De kat gaat verder gewoon op de bak. Kleine hoeveelheden urine op horizontale vlakken kan wijzen op het markeren met urine of ongewenste urinering. Als de kat minder naar de bak gaat, en de behoeften op veel verschillende en onvoorspelbare plaatsen doet, dan is er sprake van ongewenste eliminatie (urine/faeces). Het is van belang om na te gaan wat het exacte probleem is, want de kans is zeer klein dat beide mogelijkheiden samen het probleem zijn. Bij vernielzucht van de hond is het tijdstip dat het gedrag plaats vindt van belang voor de diagnose. Als het gaat om verlatingsangst zal het vernielen vlak na vertrek van de eigenaar plaats vinden. Meestal is de hond vlak voor vertrek nerveus, als de eigenaar terug komt zal de hond overenthousiast deze begroeten. Wordt het gedrag veroorzaakt door verveling, dan vindt het gedrag niet vlak na vertrek plaats, maar na een langere tijdspanne. Het adviseren van clienten. Goede uitleg van de therapeut over het gedrag is erg belangrijk. De instructies van de therapeut dienen zo strict mogelijk te worden opgevolgd, door alle leden van het gezin. Dan is de kans dat het probleemgedrag 'geneest' groter. Huisdieren worden steeds populairder. Het is logisch dat het werkveld van gedragstherapeuten voor dieren dan ook zal groeien. De toekomstige huisdierenbezitter dient voorgelicht te worden over het normale gedrag en de behoeften van een diersoort, om gedragsproblemen te voorkomen. Dit zal positief uitwerken voor het dier èn het baasje. _____________________________________________________________________________
|
