Kattengedrag centrum
Kattengedrag

De rol van vrij levende katten op de bevolking van de Felis catus

De rol van vrij levende katten (feral cats) op de bevolking van Felis Catus (de huiskat).


J.W.S. Bradshaw, G.F. Horsfield, J.A. Allen, I.H. Robinson

Uit: Applied Animal Behaviour Science (1999) 273- 283

Vertaald en samengevat door Marcellina Stolting

1. Introductie

De gedomesticeerde huiskat (Felis Silvestris Catus) is het meest voorkomende gezelschapsdier in de U.S.A. en in grote delen van Europa. Dit onderzoek gaat over het verleden, het heden en het toekomstig belang van vrij levende populaties binnen het geheel van de huiskattenbevolking.

2. Populaties.

Er is eigenlijk maar één groep katten die zonder twijfel gedomesticeerd genoemd kan worden en dat zijn de verschillende soorten raskatten, zoals de Pers en de Siamees. Sommige rassen hebben lichamelijke kenmerken die voor het leven in het wild ongeschikt zijn, zoals de korte kaak en de lange vacht van de Pers/Exotic. Raskatten kunnen worden beschouwd als een groep geïsoleerde populaties, die weinig of geen contact hebben met vrije katten (feral cats). We zullen daarom raskatten verder buiten beschouwing laten.

Termen als vrije kat (feral cat), wilde huiskat en boerderijkat worden vaak door elkaar gebruikt. Terwijl vrij rondlopende katten (zonder baasje dus) verschillend in relatie kunnen staan tot de mens. Het is van belang om dit te beseffen. De term wilde kat (wildcat) is van toepassing op de voorouders van de huiskat en andere kleine katten. De term pseudo-wild kan toegepast worden op katten die bijv. op een onbewoond eiland leven. Ze zijn totaal onafhankelijk van de mens en vervullen ecologisch de rol van een carnivoor. Strikt genomen zijn dit dus eigenlijk vrij levende katten (feral cats), omdat ze afstammen van de huiskat, maar onafhankelijk zijn geworden van de mens. Meestal verwijst de term “vrije” (feral) kat naar individuen of populaties die deels een commensale relatie met de mens hebben: in de nabijheid van de mens leven. Zij kunnen kiezen tussen jagen of aas eten van voedsel dat bewust of onopzettelijk door de mens is verstrekt. Veel vrije katten zijn op hun hoede voor de mens, maar sommigen zijn meestal vriendelijk jegens mensen. Zij hebben echter geen baasje, en hebben geen regelmatig contact met één bepaald persoon.
In Engeland worden vrije katten snel opgenomen in de groep met een baasje, vaak via reddingsacties van liefdadigheidsorganisaties ( noot vertaalster: zeg maar als de Dierenbescherming bijv .). Maar in Zuid-Europa leven ze aan de rand van de kattenpopulatie die wel een thuis heeft. Zij onderscheiden zich van vrije katten door hun gedrag jegens de mens en worden daarom half-vrij (semi-feral) genoemd.

Tabel 1.

Populatie

Voedsel

Onderdak

Socialisatie

Raskat
Huiskat
Half-vrij
Vrij
Halfwild

Bepaald
Bepaald
Algemeen
Toevallig/algemeen
Geen/toevallig

Bepaald
Bepaald
Toevallig
Toevallig
Geen

Ja
Ja
Ja
Nee
Nee

Uitleg bij de tabel (door de vertaalster): met voedsel wordt bedoeld hoe de kat aan voedsel komt. Bepaald betekent dan: dat het voedsel niet zelf gekozen kan worden maar bepaald wordt door de mens. Hetzelfde geldt voor onderdak. Bij de half-vrije en vrije kat is onderdak dus iets wat hij toevallig tegen kan komen.

3. Vroege ervaring en socialisatie jegens mensen.


Kittens die weinig of geen contact hebben met mensen tot ze 2 maanden oud zijn, blijven waarschijnlijk levenslang angstig voor mensen totdat ze alsnog gesocialiseerd worden. Achteraf is het dus mogelijk het gebrek aan socialisatie enigszins te verhelpen. Bastaardjes (niet-raskatten) zijn gedragsmatig en ecologisch flexibel in hun relatie tot de mens. Van totaal afhankelijk, via commensalisme, tot onafhankelijkheid. Dat alles slechts binnen enkele generaties. Daardoor is de kat een veel voorkomend gezelschapsdier, maar ook een dier dat de mogelijkheid heeft behouden om ten minste halfafhankelijk van de mens te leven.

4. Ondersteunende factoren bij vrij levende populaties.

Hetgeen hierboven staat beschreven is eigenlijk een paradox. Wat zijn nu de mogelijke verklaringen voor deze schijnbare tegenstrijdigheid?

 1. Als eerste: er zijn maar weinig generaties (misschien 4000) geweest sinds de domesticatie bij de Egyptenaren. Dit is niet genoeg geweest om de wilde karaktertrekken uit te bannen (met uitzondering van de raskatten). Het christendom speelde ook een rol: de kat werd vervolgd als een symbool van hekserij en heidendom. Onder deze omstandigheden waren de vrije populaties in het voordeel t.a.v. de reproductiviteit. Daardoor is een op zichzelf staande kattenpopulatie slechts 300 generaties jong. Ver weg van het christendom komen de oudste rassen tot ontwikkeling: de Angora in het Midden-Oosten en de siamees in het Verre-Oosten.
2. Een andere verklaring is dat katten hun oorspronkelijke functie als knaagdierenbestrijders in menselijke woongebieden behouden hebben. Zo behielden zij de vaardigheid om te jagen.
3. Een derde verklaring –die in de literatuur niet is onderzocht- is de bijzondere voedingsbehoefte van de kat. Deze heeft er toe geleid dat de kat de vaardigheid behield om te jagen, maar ook om selectief aas te eten.

Bijzondere voedingsbehoeften van de huiskat


- Veel eiwitten nodig: kat 12%, kitten 18% (vgl. hond 4%, puppy 12%)
- Bij elk maal arginine nodig, voor de ureumcyclus (urineproductie)
- Grote hoeveelheden zwavel bevattende aminozuren nodig: cysteïne, methionine, taurine
- Heeft arachidonzuur nodig als precursor voor prostagladines
- Verteert lactose erg slecht (melkeiwit)
- Kan uit caroteen geen vitamine A maken
- Veel niacine en thiamine nodig

Tabel 2

Veel katten jagen, zelfs wanneer dat niet nodig is voor de voedingsbehoefte. Deze eigenschap bleek in de geschiedenis van de evolutie goed te zijn voor het voortplantingssucces.

Niet-raskatten hebben twee mogelijkheden behouden:
1. Zij kregen van hun wilde voorouders de erfenis om zo te jagen dat dat matcht met hun exacte voedingsbehoeften
2. Dat zij selectief zijn op voedingswaarden wanneer zij voedselbronnen onderzoeken. Of deze nu onopzettelijk, bij toeval, of moedwillig door de mens zijn verstrekt.

Wij willen drie factoren aandragen die er samen voor gezorgd hebben dat de kat de mogelijkheid heeft om te switchen tussen commensalisme en symbiose met de mens. Ten eerste is het onwaarschijnlijk dat de mens, voordat de exacte voedingsbehoefte van de kat bekend werd, de kat gaf wat zij nodig had. Ten tweede: het kleine aantal generaties vanaf de domesticatie. En ten derde de dubbele rol die de kat speelde als pestbestrijder en als gezelschapsdier.

5. Onnatuurlijk beïnvloeding van het voortplantingssucces

Mensen beïnvloeden kattenpopulaties op verschillende wijzen. Vrije kattenpopulaties worden binnen de perken gehouden door mensen. In Engeland en de V.S houdt men de vrije kattenpopulaties binnen zekere grenzen door de katten te castreren en ze daarna weer uit te zetten. De kat is zó populair dat er nu al meer katten als honden zijn. Een reden daarvoor is dat de kat relatief gezien dagelijks weinig aandacht nodig zou hebben, waardoor het een geschikt huisdier is voor huishoudens waar de mensen overdag weg zijn. (Persoonlijke noot vertaalster: het is niet goed om één kat heel de dag alleen te laten zitten, met meer katten in huis kan dit weer wel.)
Raskatten worden kunstmatig geselecteerd op uiterlijk en temperament, hetgeen bijv. resulteert in de recente verschijning van de haarloze Sphynx en de rustige Ragdoll.

Mogelijke onnatuurlijke invloeden op het voortplantingssucces van de F. silvestris catus. Voortplanting kan door de mens beïnvloedt worden (zoals de keuze van de kater en hoe vaak een nestje), onderdrukt worden (door castratie) maar zonder beïnvloeding van de partnerkeuze, of helemaal onbeïnvloedt blijven door de mens.

Populatie

Voortplanting

Partnerkeuze

Voortplantingssucces

Raskat
Huiskat
Half-vrij
Vrij
Halfwild

Bepaald
Onderdrukt
Niet bepaald/onderdrukt
Niet bepaald
Niet bepaald

Door de mens
Door de kat
Door de kat
Door de kat
Door de kat

Uiterlijk, karakter
Vermijdt castratie
Vermijdt huisdierstatus
Ziekteresistentie
Ziekteresistentie, jager

Tabel 3

De wijd verspreidde engelse gewoonte om vrij levende kittens te “redden” en de mannelijke en vrouwelijke exemplaren te steriliseren, kan het gevolg hebben dat er wordt geselecteerd op sporen van wildheid bij vrij levende groepen. Schuwe katten die een val mijden worden waarschijnlijk niet gevangen en gesteriliseerd. Poezen die mensenschuw zijn verplaatsen hun kittens naar plekken die ontoegankelijk zijn voor mensen. Dit kan tot gevolg hebben dat vrij levende katten steeds minder handelbaar en socialiseerbaar worden in gebieden waar het “redden” van katten wijd verbreid is.

6. Het effect van castratie op de populatiedynamiek van katten met een baasje.

Het castreren van huiskatten is aangemoedigd door dierenartsen/specialisten en dierenbeschermingsorganisaties, als middel om de aantallen vrije en huiskatten in de hand te houden. In Southhampton, Engeland, is zelfs 96,8% van de katers en 98,7% van de poezen “geholpen”. Veel poezen mochten echter een nestje hebben voor ze gecastreerd werden ( noot vertaalster: ook bij poezen noemt men het meestal castratie, omdat de eicelproducerende organen worden weggenomen ). De kittens werden hier door een klein aantal poezen gekregen. Dank zij de verbeterde diergeneeskundige zorg, en het feit dat er gemakkelijk tehuizen voor ze gevonden kunnen worden, zijn de overlevingskansen voor deze kittens toegenomen. In dit gebied hebben “hele” katers (ongecastreerd) een leefgebied van ongeveer 11 ha. Het hoge percentage gecastreerde huiskaters kan een voordeel zijn voor de vrije katers, die dan kunnen paren met de overgebleven huispoezen.

7. Conclusies

Raskatten zijn de enige huiskatten die écht gedomesticeerd zijn: zij leven geïsoleerd van wilde soorten, de mens bepaald de voortplanting, het territorium en de beschikbaarheid van voedsel. De beschikbaarheid en de voordelen van uitgebalanceerd prefab kattenvoer, leidt in veel westerse landen tot een vermindering van de natuurlijke selectie op basis van de eigenschap om te jagen en voedsel te zoeken. Dit kan leiden tot een vermindering van deze eigenschappen bij de kat.
Een andere recente ontwikkeling die grote implicaties kan hebben voor de populatiedynamiek van de huiskat in westerse landen, is het op grote schaal castreren van poezen en katers. In sommige delen van de wereld is het castratiepercentage zó hoog, dat de vervanging van “bezeten” katten (met een baasje) verhinderd wordt, terwijl de vraag naar huiskatten toeneemt. Dit zal waarschijnlijk resulteren in een toename van het voortplantingsresultaat van vrij levende katten (unowned). Alhoewel hun kittens die huisdier worden bijna zeker worden gecastreerd vóórdat ze zelf jongen krijgen.
Het zou verbazing wekken als zulke snelle veranderingen in de selectiedruk en populatiedynamiek niet zouden leiden tot veranderingen in de genetica van de populatie. Er is maar weinig aandacht geschonken aan de effecten van het op grote schaal castreren op de karaktereigenschappen van de huisdierpopulatie. Dit zou er toe kunnen leiden dat vrij levende populaties kittens krijgen, die minder geneigd zullen zijn tot socialisatie naar mensen toe dan tot nu toe. Als de vraag naar huiskatten blijft toenemen, zal dit resulteren in een toename van de geheel gedomesticeerde raskatten populatie.