Je kat gezond houden h2
Preventieve gezondheidszorg
Naar de dierenarts
Tekst: Elles Nijssen en Marcellina Stolting (beiden kattengedragsdeskundigen). Met medewerking van Maartje Schoenmaker (Stichting Blauwe Rus) en Petra Kindermans (dierenarts).
Regelmatige medische controle bij de dierenarts is een must!
Als leek is het niet makkelijk om te beoordelen of een dierenarts goed is. Waar moet je op letten? Alle dierenartsen hebben een universitaire studie diergeneeskunde afgerond. Uit een onderzoek van de Erasmus-universiteit is gebleken mensen vooral naar een dierenarts gaan wiens praktijk dicht in de buurt van hun huis ligt. Bij het kiezen van een dierenarts kun je echter beter letten op hoe hij met dieren omgaat en of hij goed uitlegt waarom hij een bepaalde behandeling adviseert. Verder kiezen dierenartsen in het laatste deel van hun studie een specialisatie. Natuurlijk kies je voor een dierenarts die als specialisatie ‘gezelschapsdieren’ heeft. Met een kat naar de vee-arts gaan is sterk af te raden. Een kat is immers geen koe.
Sommige eigenaren geven de voorkeur aan een eenmanspraktijk omdat zij graag steeds door dezelfde arts geholpen willen worden. Een groepspraktijk heeft echter ook belangrijk voordelen: de dierenartsen daar plegen veel overleg met elkaar over hun patiënten en vallen voor elkaar in bij vakanties.
Het kan zijn dat je dierenarts je doorverwijst naar een kliniek voor dierenartsspecialisten. Deze klinieken worden bemand door dierenartsen met extra training in specialismen zoals interne geneeskunde, dermatologie of chirurgie. Heb je zelf het gevoel dat je niet verder komt met de behandeling bij de dierenarts, vraag dan gerust zelf om een verwijzing naar een dierenartsspecialist.
In de praktijk…
Als je meerdere dierenartsen op het oog hebt, maak dan afspraken om de praktijken die je interesseren te bezoeken. Plan zulke bezoeken op rustige tijdstippen en let op het volgende:
- Een dierenartsenpraktijk moet netjes, schoon (geen haren op de grond!) en goed uitgerust zijn en hoort geen onplezierige geuren te hebben.
- Goede communicatie is belangrijk. De artsen en staf horen je aan te moedigen om vragen te stellen en dienen deze goed te beantwoorden. Sommigen van ons willen gedetailleerde informatie. Daarom dient de dierenarts ook ‘technische’ vragen goed te beantwoorden. Gebrekkige communicatie is het meest voorkomende probleem in de relatie tussen dierenarts en eigenaar.
- Artsen en personeel horen de dieren zacht te behandelen, ook als het om moeilijk hanteerbare dieren gaat. Een dierenarts mag nooit ruw doen. Een kat bij het nekvel oppakken hoort daar ook bij. Wetenschappers raden dit dan ook af, het is katonvriendelijk en zeer pijnlijk.
- Vraag de dierenarts of hij aan postoperatieve pijnbestrijding doet. Dat een kat na een operatie of ingreep geen pijn toont, wil niet zeggen dat hij het niet heeft! Katten verbergen pijn en ziekte immers…. Een algemeen gehanteerde stelregel in de huisdierengeneeskunde is dat als een ingreep of operatie bij mensen om pijnstilling vraagt, dit ook geldt voor katten. Niet alle dierenartsen geven voldoende pijnbestrijding. Dus informeer hier goed naar.
- Zoek uit of er diergeneeskundig specialisten of verwijsklinieken in de omgeving zijn en of je dierenarts naar hen verwijst. Een dierenarts heeft algemene kennis. Het is onmogelijk om verstand te hebben en volledig op de hoogte te zijn van alle nieuwe ontwikkelingen op alle gebieden van de kattengeneeskunde. Een goede dierenarts is dan ook niet bang om advies van andere dierenartsen in te winnen of door te verwijzen naar een specialist.
- Als zich een noodgeval voordoet telt elke seconde. Zoek uit hoe er wordt omgegaan met noodgevallen buiten de openingstijden van de praktijk. Sommige klinieken willen hun eigen noodgevallen afhandelen, terwijl andere doorverwijzen naar een spoedkliniek.
- Wees niet bang om te vragen naar tarieven en geaccepteerde methodes van betaling. De dierenarts hoort bereid te zijn daar informatie over te verstrekken. Bekijk ook wat voor jou belangrijker is: zo min mogelijk geld kwijt zijn, of zo goed mogelijke zorg voor je kat!
Tip: sluit een huisdierenverzekering af
Een huisdierenverzekering is aan te raden als je geen honderden euro’s ineens kunt betalen voor medische zorg. Want als er echt wat met een kat aan de hand is, kunnen de kosten zeer hoog oplopen. Met een verzekering voorkom je dat je ooit voor de keuze komt te staan: betalen, je kat laten doodspuiten of hem pijn laten lijden.
In Nederland zijn er (in 2008) verschillende huisdierenverzekeringen. Via Google kun je zelf uitvinden welke dat zijn, we maken hier geen reclame. In het verleden bleken verschillende huisdierenverzekeringen van kleine verzekeringsmaatschappijen niet goed te zijn. Wij adviseren daarom een verzekering af te sluiten bij een grote verzekeraar, die niet alleen huisdierenverzekeringen biedt. Je dierenarts kan je ook informeren over welke huisdierenverzekeringen goed zijn.
Samenwerken met je dierenarts
Het is veel makkelijker om je kat gezond te houden als jij en je dierenarts goed samenwerken. Hieronder volgen enkele manieren om je dierenarts te helpen je kat de best mogelijke zorg te geven.
Als je een nieuwe kat of kitten hebt, regel dan binnen vierentwintig uur na de koop of adoptie een afspraak voor een lichamelijk onderzoek. Geef de dierenarts zoveel mogelijk informatie over de nieuwe kat, zoals de geboortedatum en zijn medische geschiedenis.
Een kitten dient de dierenarts voor het eerst te bezoeken op de leeftijd van zes tot acht weken. Op deze leeftijd hoort hij een compleet fysiek onderzoek en zijn eerste vaccinaties te krijgen. Neem eventueel een vers monster van de ontlasting mee zodat de arts deze kan controleren op inwendige parasieten. Het eerste dierenartsbezoek levert minder stress op als moeder en alle kittens meegaan. Daarom kan het eerste bezoek dan ook het beste verricht worden door degene die het nestje in huis heeft. Gezien de leeftijd van de kittens ligt ook dat voor de hand; kittens kunnen het beste tot en met 16 weken bij moeder en nestgenootjes blijven om zich te kunnen ontwikkelen tot geestelijk gezonde dieren.
Dierenartsbezoek voorbereiden
Als je kat ziek is, gebruik dan onderstaande checklist om de problemen in kaart te brengen. Als de kat diarree heeft of overgeeft, wil de dierenarts weten of dit op vaste tijdstippen gebeurt en welke voeding de kat krijgt. Als je kat zijn behoefte naast de bak doet, kan de dierenarts vragen waar hij dat doet. Bespreek ook hoe lang het probleem al bestaat en hoe vaak het plaatsvindt. Het is het beste als de hoofdverzorger van de kat hem naar de dierenarts brengt. Mocht dit niet mogelijk zijn, zorg dan dat de persoon die hem brengt volledig op de hoogte is van de geschiedenis van het probleem en dat deze persoon accuraat beslissingen kan nemen over de behandeling.
Breng je kat in een reismand naar de dierenarts, met daarin een dekentje met de geur van de kat. Laat het dier niet los door de auto lopen en draag hem niet in je armen. Houd de kat weg bij andere dieren en laat hem in de reismand (tenzij je anders verzocht wordt) totdat je in de behandelkamer bent. Je kat zal dan rustiger blijven en is veiliger en gemakkelijker te onderzoeken voor de dierenarts. Sommige dierenartsen hebben een aparte kattenwachtkamer.
Neem pen en papier mee en schrijf alle belangrijke informatie en instructies op (of laat de dierenarts dit voor je doen). Als je thuis medicijnen moet toedienen of andere behandelingen moet uitvoeren, zorg dan dat je begrijpt hoe je dit moet doen. Vraag de arts of een personeelslid om het je te laten zien en laat ze vervolgens beoordelen of je de handeling zelf correct uitvoert.
Volg de aanwijzingen van de arts zorgvuldig op en kom terug voor aangeraden vervolgafspraken. Als je iets niet begrijpt, stel dan vragen. Als je het niet prettig vindt om zaken met deze dierenarts te bespreken, overweeg dan een andere arts te zoeken bij wie je beter op je gemak voelt en met wie je makkelijker communiceert.
Tip: lees de folder ‘Uw kat trainen voor een bezoekje aan de dierenarts’, op www.kattengedragstherapie.nl, onder DAP info.
Twee kittens (broer en zus) in de wachtkamer bij de dierenarts (foto Elles Nijssen)
Checklist voor dierenartsbezoek
Als je denkt dat je kat ziek is, maak dan een lijst met de volgende gegevens voor je dierenarts, zodat je niets vergeet te vertellen:
• datum van aanvang klacht
• veranderingen in gedrag, eetlust, waterinname, gewicht, mate van activiteit of kattenbakgewoonten
• medicijnen die de kat toegediend kreeg voordat de ziekte begon
• medicijnen die de kat nu krijgt
• huidige voeding, inclusief veranderingen.
Als deze dierenarts nieuw is voor deze kat, zorg dan dat je het dossier van de kat van je vorige dierenarts krijgt of maak een lijst met de volgende informatie over alle eerdere gezondheidsproblemen van je kat.
• datum begin klacht
• uitgevoerde testen, datum
• diagnose
• behandeling.
Neem het vaccinatieboekje mee. Hierin kunnen ook operaties en behandelingen worden ingevuld. Deze informatie kan bij onverhoopt bezoek aan een spoedkliniek van levensbelang zijn! Staan eventuele operaties niet in dit boekje, noteer dan zelf wat voor operaties de kat heeft gehad en wanneer. Of vraag aan je dierenarts een uitdraai van het dossier.
Dit kun je de dierenarts vragen:
Wat mankeert mijn kat?
Hoe wordt de aandoening behandeld?
Zijn er alternatieve aanvullende, of andere behandelingen mogelijk?
Is opname noodzakelijk?
Wat zijn de behandelkosten?
Wat zijn de vooruitzichten?
Heeft u literatuur over dit onderwerp?
Een dierenartsspecialist vinden
Het kan nodig zijn een dierenartsspecialist in te schakelen. Deze heeft intensieve aanvullende scholing gehad in een of meerdere specialismen van de diergeneeskunde. Hij kan ook met je dierenarts samenwerken als adviseur. Specialisten zijn bijzonder waardevol bij het stellen van een diagnose en het behandelen van gecompliceerde ziekten zoals hartaandoeningen, kanker en neurologische afwijkingen en kunnen het verschil maken tussen leven en dood.
Voor informatie over erkende specialisten (internisten, cardiologen, neurologen, oncologen) zie http://gvs.knmvd.nl/home/.
Het veterinair onderzoek
Je kat hoort bij ieder routinebezoek volledig lichamelijk onderzocht te worden. Door middel van jaarlijkse of halfjaarlijkse controles kan menig probleem worden ontdekt voordat het ziekteverschijnselen veroorzaakt. Sommige dierenartsen geven er de voorkeur aan volledig op de hoogte te worden gebracht van de medische historie van de kat voordat zij het dier ook maar aanraken, anderen stellen liever vragen tijdens het onderzoek. Dieren jonger dan vijf jaar dienen jaarlijks naar de dierenarts te gaan. Boven de tien jaar is het raadzaam om tweemaal per jaar een compleet bloed- en urineonderzoek te laten verrichten en de kat helemaal te laten nakijken. Bij oudere katten kunnen problemen zich snel ontwikkelen. Het spreekt voor zich dat dergelijk onderzoek vrij kostbaar is. Niet veel mensen zijn daarom genegen het te laten verrichten.
Het lichamelijk onderzoek hoort de volgende elementen te bevatten:
Wegen: gewichtsverlies wordt bij katten vrij makkelijk over het hoofd gezien dus is het belangrijk je kat maandelijks te (laten) wegen op een gevoelige weegschaal, bij voorkeur steeds dezelfde.
Observatie: de dierenarts hoort de kat te observeren. Daarbij let hij op houding en gedrag, postuur, het bewegingspatroon en algemene fysieke conditie.
Gewichten en metingen: een lichamelijk onderzoek behelst het noteren van de lichaamstemperatuur, gewicht (met gebruikmaking van een weegschaal waarmee minieme veranderingen kunnen worden gemeten), hartslagfrequentie, ademhalingsfrequentie en vochthuishouding.
Huid en vacht: de dierenarts dient de huid en vacht overal op het lichaam te onderzoeken; dit houdt ook een grondig onderzoek van het tepelgebied in. De dierenarts controleert zowel op parasieten als op veranderingen in de huid en de vacht die kunnen wijzen op ziekte.
Kop en nek: de dierenarts hoort de nek en de keel te palperen (onderzoeken door te voelen) om de symmetrie te beoordelen en om de speekselklieren, lymfeknopen en schildklier te controleren op knobbeltjes of zwellingen.
Gezicht: de dierenarts dient het gezicht van de kat te beoordelen door te kijken en te voelen.
Ogen: bij het oogonderzoek worden de grootte van de pupil, de reactie op licht, de helderheid, kleur en conditie van de weefsels gecontroleerd. De oogleden worden gecontroleerd op zwelling, dichtknijpen en verkleuring en ook wordt gekeken naar eventuele gezwellen. Er wordt soms een apparaat gebruikt om in het oog te kijken.
Neus: deze moet worden onderzocht op zwelling, afscheiding en kleur.
Oren: de oren moeten worden onderzocht op afscheiding, geuren, gezwellen, kleur en pijn. De gehoorgang moet worden onderzocht met een oorkijker. Als een grondiger ooronderzoek vereist is kan het nodig zijn dat de kat verdoofd wordt.
Bek: de lippen en bek moeten worden onderzocht op de gezondheid van de tanden en het tandvlees. Dit houdt onder meer in dat in de open bek wordt gekeken naar eventuele vreemde objecten, gezwellen, ziekte of verkleuring van het tandvlees.
Ledematen: de poten en ledematen moeten onderzocht worden op symmetrie, spiertonus (spierspanning), soepelheid van de gewrichten en pijnlijke gebieden of zwelling. De lymfeknopen moeten gepalpeerd worden om te bepalen of ze vergroot zijn.
Borstkas: onderzoek van de borst behelst het voelen naar symmetrie, met een stethoscoop luisteren om hart- en longgeluiden te beoordelen en soms een borstpercussie: kort tikken op de borstkas om gebieden met meer of minder resonantie te kunnen herkennen.
Bloeddruk meten: jaren geleden was dit tamelijk ongewoon. Inmiddels is het echter mogelijk om de bloeddruk eenvoudig te testen. Hoge bloeddruk bij katten blijkt nierfalen en blindheid te veroorzaken. Het controleren van de bloeddruk zou deel uit moeten maken van het gezondheidsregime van je kat.
Buik: de dierenarts moet alle delen van de buik van de kat palperen om de interne organen te beoordelen.
Achterhand: onderzoek van het bekken, de rug en de staart behelst ondermeer het palperen op symmetrie, zwelling, pijn en flexibiliteit. Het rectale gebied en de geslachtsorganen worden ook onderzocht.
Veterinair onderzoek (foto Elles Nijssen)
Vaccinaties
Iedere kat dient regelmatig gevaccineerd te worden. Op kattenshows lopen katten meer kans om blootgesteld te worden aan ziekteverwekkers. Maar ook in je eigen tuin kunnen katten met allerlei ziektes worden besmet. Veel virussen verplaatsen zich door de lucht en kunnen makkelijk via kleding, schoeisel, insecten en vogels worden overgedragen.
Vaccinaties worden meestal gegeven tijdens de jaarlijkse controle. Daarnaast kunnen sommige dierenartsen extra boosters adviseren in risicogebieden of voor bepaalde rassen. Kittens hebben een serie opeenvolgende inentingen nodig vanaf de leeftijd van 6-8 weken om zelf voldoende weerstand op te kunnen bouwen tegen deze ziektes.
Voor actuele vaccinatieadviezen zie http://www.fabcats.org/fvf/nvk/vaccineren.html.
Oudere katten
Bij katten ouder dan 10 zou het goed zijn om regelmatig een compleet bloedonderzoek, urineanalyse en ontlastingonderzoek op interne parasieten te laten verrichten en om orgaanfuncties te controleren. Omdat katten versneld verouderen en omdat ze vaak geen tekenen van ziekte vertonen tot op het moment dat deze zo vergevorderd zijn dat ze deze niet meer kunnen verbergen, is de frequentie waarmee katten onderzocht moeten worden hoger dan die van mensen. Bloed- en urinemonsters moeten tegelijkertijd worden afgenomen omdat bloed- en urinetesten samen een beter beeld geven van de nierfunctie dan elk van de testen apart. Veel eigenaren vinden de kosten van dergelijke preventieve onderzoeken echter te hoog.
Castraat-katers
Als je een (castraat)kater hebt is het belangrijk om hem naast de geplande controles te laten onderzoeken op blaas- en urinestenen en om de ph (zuurgraad) van de urine te laten controleren. Katers kunnen plotseling een verstopping krijgen; een absoluut urologisch noodgeval. Katten waarbij de urinewegen verstopt raken kunnen overlijden aan acuut nierfalen en/of zware beschadiging van de urineblaas. Een urineonderzoek kan de vroege tekenen van mogelijke verstopping aantonen en daardoor een levensbedreigende situatie voorkomen. Veel eigenaren vinden de kosten van dergelijke preventieve onderzoeken echter te hoog.
Vlooien en teken
Vlooien en teken kunnen de schoonste dieren in de schoonste huizen aanvallen. Deze parasieten kunnen andere, inwendige parasieten en andere fatale ziekten verspreiden. Er bestaan pillen en vloeibare preparaten die vlooien (en mogelijk teken) bij de kat voorkomen en die eens per maand gegeven kunnen worden. Ook zijn er vlooienbanden, -sprays en -ampullen voor uitwendig gebruik. Bespreek deze mogelijkheden met je dierenarts. Behandeling van het huis is gewoonlijk niet nodig, hoewel in geval van een flinke besmetting ook de omgeving behandeld moet worden. Raadpleeg hiervoor altijd je dierenarts.
Wormen
De meningen over wanneer je een kat ontwormt en hoe vaak lopen uiteen. In Nederland wordt aangeraden katten zes maal per jaar te ontwormen. Er zijn echter ook dierenartsen die adviseren om een kat alleen te ontwormen als er voldoende aanwijzingen van besmetting met wormen zijn. De dierenarts kan het beste beoordelen of er voldoende aanwijzingen zijn. Blijf dus niet wachten als je twijfelt of je kat wormen heeft, maar neem snel contact op met de dierenarts. Zelf de ontlasting controleren heeft geen zin. Een kat kan wormen hebben zonder dat je die in de ontlasting ziet. Als je ze wél ziet is de besmetting al erg ver gevorderd.
In sommige gevallen, als de dierenarts weet heeft van voortdurende problemen in jouw woonomgeving, kan een standaard en door hem begeleid ontwormingsprogramma noodzakelijk zijn.
Alle dierenartsen adviseren het ontwormen van kittens. Dit gebeurt niet via maar wel standaard bij de vaccinatie.
Chippen
Chippen is een universele methode om dieren te identificeren. De waarde van dit identificatiemiddel dat niet kan worden verloren of veranderd, kan niet genoeg benadrukt worden. De meeste dierenziekenhuizen, asiels en andere dierenorganisaties scannen gevonden katten op de aanwezigheid van een microchip.
De microchip kan gewoon tijdens een controle geplaatst worden. Over het algemeen wordt de chip onderhuids ingebracht tussen de schouderbladen dicht bij de ruggengraat (of in de linkerhalsstreek). De chip kan soms gaan ‘zwerven’ maar het is nooit aangetoond dat dit enig gezondheidsrisico veroorzaakt bij de kat, aangezien een chip geen schadelijke stoffen bevat. Een chip gaat het hele kattenleven mee.
Tip: bij vroegcastratie, zie hoofdstuk 4, kun je een kitten meteen laten chippen, dan voelt het kitten er niets van!

Het chippen van een kitten (foto Elles Nijssen)
© Elles Nijssen en Marcellina Stolting
